Leerbedrijf zijn is mooi, maar wees gewaarschuwd
Het klinkt vaak als een win-winsituatie: een jonge BBL-leerling die met frisse motivatie de praktijk in wil en een leerbedrijf dat graag een extra paar handen kan gebruiken. Maar in de praktijk blijkt die balans broos. Zeker als de begeleiding tekortschiet, verwachtingen onduidelijk zijn of – zoals recent in een zaak voor de kantonrechter te Amsterdam (uitspraak 4 april 2025) – het leerbedrijf de afspraken niet voldoende serieus neemt.
De rechter stelde in die zaak vast dat het bedrijf in kwestie te weinig loon had betaald, onvoldoende begeleiding had geboden en de CAO niet correct had toegepast. Het gevolg? Een veroordeling tot betaling van bijna €32.000 aan achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, reiskosten en verplichtingen richting de onderwijsinstelling en het pensioenfonds. En dat allemaal voor een leerling die – aanvankelijk – slechts een leerwerkplek zocht. Verwezen wordt naar de PDF van dit vonnis (geanonimiseerd).
Een veroordeling tot betaling van bijna €32.000 aan achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, reiskosten en verplichtingen richting de onderwijsinstelling en het pensioenfonds
De boodschap van deze kantonrechter in kort geding is wel heel luid en duidelijk: als leerbedrijf heb je een verantwoordelijkheid, en die eindigt niet bij het inschrijven als erkend leerbedrijf en het volgen van de aanwijzingen van de jobcoach. Een stageplek, van oudsher een onderwijssituatie tussen een leerling en een vakmeester waarbij een leerling met zorg en inhoud tegen en een kleine vergoeding een vak wordt geleerd, is geen goedkope arbeidskracht meer. Voor wie zich dit niet bewust was, is dit vonnis een belangrijke eyeopener. vonnis 4-4-2025 geannonimiseerd
Moeilijk aan stage komen
Voor leerlingen is het vinden van een leerbedrijf bepaald niet eenvoudig. Volgens een recent overzicht van de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) waren er op 1 november 2024 nog altijd ruim 3.000 mbo-studenten zonder stage of leerbaan. Vooral in sectoren als ICT, zorg en techniek zijn goede plekken schaars. Een leerling die eindelijk een plek vindt, is al blij dát het gelukt is – en stelt zelden vragen over begeleiding, cao-loon of pensioenaanmelding. De ongelijkheid in kennis en positie tussen leerbedrijf en leerling is groot, maar ook leerbedrijven missen vaak kennis. Vaak wordt toch een wat oude mentaliteit aangehouden en is een leerbedrijf zich onvoldoende bewust van de wettelijke verplichtingen waaraan zij moet voldoen.
We investeren toch ook in ze?
Mogelijk dat bij veel leerbedrijven (en leerlingen) de overtuiging leeft dat het salaris van een BBL-leerling deels wordt “betaald in natura”: door de tijd en moeite die het bedrijf in de begeleiding steekt. “We investeren toch in deze leerling, dat kost ons ook geld”, is dan het argument, of: “Hij leert hier meer dan op school.” Dat klinkt sympathiek, maar het getuigt ook van een miskenning van de huidige wettelijke situatie.
Een arbeidsovereenkomst – en dat is een BBL-contract toch echt óók is nu maar weer eens vastgesteld door deze kort gedingrechter
Een arbeidsovereenkomst – en dat is een BBL-contract toch echt óók is nu maar weer eens vastgesteld door deze kort gedingrechter – kent drie vaste pijlers: arbeid, loon en gezag (art. 7:610 BW). Wie arbeid verricht onder gezag, heeft recht op loon conform wet en cao. De investering van het leerbedrijf is belangrijk, maar vormt géén grond om het loon te verlagen of verplichtingen te omzeilen. Het is een moreel argument, maar juridisch gezien niet relevant. Sterker nog, wanneer de leerling zegt dat dagelijks 40 uur is gewerkt – zoals de rechter in dit geval op basis van wat Whatsappjes al aannemelijk achtte – dan is het loon verschuldigd over 40 uur, en niet over de “minimaal 32 uur” die contractueel is afgesproken. De leercomponent is dus geen argument voor een korting op het wettelijke loon.
Jobcoaches met disclaimers
In veel gevallen worden naast de leerlingen, ook de werkgevers bij de werving van BBL’ers ondersteund door jobcoaches of trajectbegeleiders. Zij zijn goedbedoelend, betrokken – en vaak niet of onvoldoende juridisch onderlegd. Het volgen van een juridisch of loon-advies disculpeert een werkgever bepaald niet en het is zeer de vraag of de coach daarop achteraf kan worden aangesproken. Een “advies” van een jobcoach is dan ook vaak voorzien van een disclaimer:
“Let op: mijn adviezen zijn gebaseerd op algemene richtlijnen en kunnen afwijken van de specifieke situatie binnen uw organisatie.”
Die disclaimer is onschuldig van toon, maar gezien de inhoud van het vonnis, meer dan relevant. Het leerbedrijf in dit kort geding zal niet het enige leerbedrijf zijn dat zich dat onvoldoende realiseert. Een jobcoach zou geen advies mogen geven over het contract of het loon, maar in veel gevallen gebeurt dat toch. Ten onrechte wordt het advies van de jobcoach als basis gebruikt bij het vaststellen van het loon, het opstellen van het contract en het invullen van de begeleidingsverplichting. Een jobcoach wil volstrekt geen verantwoordelijk, zoals blijkt uit de disclaimer:
Alle juridische verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever, ook voor onjuistheden in het contract, zoals het abusievelijk niet vermelden of opnemen van een CAO.
Leerbedrijf: Serieus begeleiden is geen optie, maar verplichting
Een goede leerwerkplek kan uitmonden in een prachtige duurzame arbeidsrelatie tussen werkgevers, praktijkopleiders en leerlingen. Neem als leerbedrijf vóór je eraan begint de tijd om hierover serieus na te denken over je rol als werkgever én opleider. Denk na over wat het inhoudt en vraag desnoods advies aan je advocaat over:
- een correcte arbeidsovereenkomst;
- passende beloning (cao of minimumloon, bonus);
- begeleiding die voldoet aan de eisen van het onderwijs; wat zijn de verplichtingen;
- administratieve naleving (loonstroken, pensioen of andere verplichtingen uit de CAO, beoordeling).
Een ouderwetse mentaliteit kan niet meer. Gildes bestaan niet meer en de leerling is juridisch niet meer aan te merken als “een goedkoop leerlinghulpje dat blij moet zijn voor de kans om ervaring op de doen en vakmeester te worden”. Maak dus in je organisatie ruimte voor een stagiair-leerling als volwaardig deel van het team dat altijd in ontwikkeling is. Wees je bewust van al je verplichtingen en pak deze ook serieus op, want – zoals uit dit recente vonnis pijnlijk blijkt – anders loop je als leerbedrijf flinke risico’s. Financieel én reputatie-technisch.




